        ͻ
                         M I C R O S C A N   2 . 0                  
                                                                    
                  Het SSTV & FAX programma voor de IBM-PC           
                                                                    
                        (c) Copyright 1995 CombiTech                
         Morelstraat 60, 3235 EL Rockanje, Nederland (+311814-4252) 
         Dit programma mag, mits in zijn geheel, worden gekopieerd. 
        ͼ


INHOUDSOPGAVE


1  HET PROGRAMMA MSCAN

1.1 Interface

1.2 Configureren MSCAN

1.3 Opbouw beeldscherm

1.4 Bepalen calibratiefactor

2 DE BEDIENING

2.1 Scrollen

2.2 De endmarker

2.3 Gebruik van de indicatoren

2.3.1 Indicatoren in de zwart/wit SSTV mode

2.3.2 Indicatoren in de Wraase kleuren SSTV mode

2.3.3 Indicatoren in de New SSTV kleuren SSTV mode

2.3.4 Indicatoren in de zwart/wit FAX mode

2.3.5 Indicatoren in de kleuren FAX mode

2.4 Gebruik van het menu

2.4.1 Het menu in de zwart/wit SSTV mode

2.4.1.1 Het picture menu

2.4.1.1.1 Beeld inladen van disk

2.4.1.1.2 Beeld opslaan op disk

2.4.1.1.3 Beeld inladen van de auto directory

2.4.1.1.4 Beeld inladen vanuit geheugen

2.4.1.1.5 Beeld opslaan naar geheugen

2.4.1.1.6 Testbeeld inlezen

2.4.1.1.7 Path wijzigen

2.4.1.2 Het digitize menu

2.4.1.3 Het param menu

2.4.1.4 Het toolkit menu

2.4.1.5 Het showmems menu

2.4.2 Het menu in de Wraase kleuren SSTV mode

2.4.2.1 Het toolkit menu

2.4.3 Het menu in de New SSTV kleuren SSTV mode

2.4.3.1 Het param menu

2.4.4 Het menu in de zwart/wit FAX mode

2.4.4.1 Het param menu

2.4.4.1.1 Het video menu

2.4.4.1.2 Het calib menu

2.4.4.1.3 Het auto menu

2.4.5 Het menu in de kleuren FAX mode

2.5 Overzicht editor toetsen

3 TECHNISCHE INFORMATIE

3.1 Start- en stoptonen

3.2 Problemen oplossen

4 TECHNISCHE INFORMATIE

4.1 SSTV

4.2 FAX



MSCAN 2.0 (c) Copyright 1995 CombiTech
Rockanje - The Netherlands

CombiTech,
Morelstraat 60,
3235 EL  Rockanje,
Nederland.
Tel.: 01814-4252. Internationaal: +311814-4252.

MSCAN is geschikt voor zowel IBM als volledig IBM-compatibele personal 
computers met MS-DOS versie 3.3 of hoger. Het ontwerpen van dit programma is 
mede mogelijk gemaakt dankzij de hulp van PA3CMH, PA3DWB, PA3EJE en PD0CIF. 

Importeur voor Belgie: Spitz telecom, P. Verhaegheplein 15, 8310 Brugge, 
Tel: 050-353639, Fax: 353938. 

Mike Versteeg PA3GPY, Rockanje, 01-02-95


1  HET PROGRAMMA MSCAN

MSCAN 2.0 is speciaal voor de zend- en luister-amateur ontwikkeld. Met dit 
programma kunnen SSTV en FAX beelden worden ontvangen en uitgezonden in 
zwart/wit en in TRUECOLOR, d.w.z. ruim 16,7 miljoen kleuren. MSCAN is 
ontworpen voor de IBM (-compatibele) computer met minimaal een 80286 
processor, een truecolor SVGA videokaart en een Microsoft compatibele muis. 

Omdat MSCAN gebruik kan maken van drie verschillende soorten modems, zijn er 
ook drie uitvoeringen van dit programma. Hieronder volgt een korte 
beschrijving van de drie modems. 

PCIO-bus
Een universeel bus-systeem voor diverse I/O toepassingen. De PCIO-bus wordt op 
de serile poort van de pc aangesloten. Naast diverse applicatiekaarten voor 
b.v. het meten van spanningen of aansturen van apparaten, zijn voor de PCIO-
bus ook een tweetal kaarten ontwikkeld voor het decoderen van AFSK signalen 
(SSTV-1) en het opwekken ervan (SSTV-2). Deze kaarten worden door MSCAN 
gebruikt. 

Multiscan
Het Multiscan modem is afgeleid van de PCIO-bus en bestaat uit twee printen 
die op elkaar kunnen worden bevestigd. De basis-print is voor ontvangst en kan 
ook zelfstandig worden gebruikt. Daar zowel de PCIO-bus als het Multiscan 
modem gebruik maken van een PLL schakeling voor het decoderen van de signalen 
wordt met deze modems een zeer goede beeldkwaliteit gehaald, ook onder slechte 
condities. 

Microscan
Het Microscan modem bestaat uit een eenvoudige OPAMP schakeling voor het 
decoderen van de AFSK signalen. Voor het opwekken van de signalen wordt een 
eenvoudig laagdoorlaatfilter gebruikt dat op de speaker van de pc wordt 
aangesloten. Dit type interface is ook wel bekend onder de naam HAMCOMM of JV-
FAX interface. De Microscan uitvoering van MSCAN wordt ook als shareware 
versie verspreid. Beschrijvingen in deze handleiding die alleen betrekking 
hebben op de shareware versie zijn te herkennen aan de vermelding '[share]'. 

MSCAN heeft vele zeer handige multi-tasking mogelijkheden. Zo kunnen er 
tijdens ontvangst en zenden ook andere taken worden verricht, b.v. het 
genereren van teksten en het laden, digitaliseren of opslaan van plaatjes. Om 
dit mogelijk te maken maakt MSCAN gebruik van de vele extra mogelijkheden die 
de computer, videokaart en muis te bieden hebben. Het is hierdoor absoluut 
noodzakelijk dat deze onderdelen een hoge mate van hardware compatibiliteit 
hebben. 

Het complete softwarepakket bestaat uit de volgende files: 

MSCAN.EXE en
MSCAN.CNF.

MSCAN.EXE is het hoofdprogramma. De file MSCAN.CNF bevat systeem informatie, 
ijkgegevens voor de hardware demodulator en registratie gegevens. 


1.1 Interface

P.S.
Indien u gebruik maakt van een memorymanager als QEMM, EMM386 of 386MAX, 
schakel deze dan uit. Op sommige pc's kunnen deze programma's n.l. de werking 
van MSCAN erg verstoren, dit kan variren van een slechtere ontvangst tot het 
geheel niet werken van MSCAN. De memorymanagers worden geactiveerd in de files 
AUTOEXEC.BAT en CONFIG.SYS. Plaats met een editor aan het begin van de regel 
waar dit programma staat de tekst 'REM ' en sla de file op. Start nu uw pc 
opnieuw d.m.v. een reset. Test met deze configuratie eerst MSCAN. Bent u 
tevreden met de werking van MSCAN, probeer dan de memorymanager weer te 
activeren door de tekst 'REM ' weer te verwijderen. Start na een reset van de 
pc MSCAN weer op en kijk of de werking niet verslechterd. 

Voor optimale resultaten is speciaal voor het programma MSCAN het Multiscan 
modem ontwikkeld. Gebruik van dit modem geeft een zeer goede kwaliteit van de 
ontvangen en uitgezonden beelden, en verbetert de multitasking mogelijkheden 
van MSCAN. Deze speciale uitvoering van MSCAN werkt echter met de veel 
gebruikte en zeer goedkope OPAMP interface, ook wel HAMCOMM modem genoemd. 
Hierbij wordt een eenvoudige OPAMP schakeling als ontvangstinterface gebruikt. 
Voor zenden wordt de luidspreker van de pc gebruikt, waarachter een eenvoudig 
laagdoorlaat-filter wordt geplaatst. Heeft u nog geen interface of wilt u er 
zeker van zijn dat uw interface geschikt is, bouw dan de Microscan interface 
(zie schema). 
De MICROSCAN interface is speciaal geschikt voor deze versie van MSCAN en 
heeft een PTT aansluiting.


1.2 Configureren MSCAN 

Na het installeren van de hard- en software kunt u het programma starten door 
het intikken van 'MSCAN /C' gevolgd door <Enter>. Hierdoor wordt eerst het 
configuratie menu opgeroepen. U kunt deze routine altijd aanroepen wanneer u 
een default instelling in het programma wilt bekijken en/of wijzigen. In het 
configuratie menu worden u de onderstaande vragen gesteld, tussen de haakjes 
staat steeds de huidige instelling, wilt u deze aanhouden dan geeft u <Enter>. 

SVGA chipset 1=Trident 8900(VESA)  4=ET4000(VESA)  7=Cirrus 54xx  8=VESA
(...) :

Kies hier de chipset die aanwezig is op uw videokaart. Heeft uw videokaart een 
andere chipset kies dan voor VESA. In dit geval zal de volgende vraag 
verschijnen: 

0=standard VESA  1=hybrid#1  2=hybrid#2  (...) :

Kies hier voor standard. Mocht bij opstarten blijken dat u niet het juiste 
beeld krijgt, probeert u dan achtereenvolgens de keuzes hybrid#1 en hybrid#2. 
Het is mogelijk dat voor uw videokaart eerst een residente driver moet worden 
geladen alvorens deze VESA compatibel is. 

RX interface 1=DTR+/RTS-/PTT  2=RTS+/DTR-  (...) :

Kies voor zowel de MICROSCAN interface als het HAMCOMM modem voor 1, u kunt 
dan ook de PTT van uw transceiver aansturen. Keuze 2 is voor de oorspron-
kelijke JV-FAX OPAMP interface, hierbij is geen automatische PTT aansturing 
mogelijk. 

COM port 1/2  (...) :

Voer hier de communicatiepoort in waarop u de hardware heeft aangesloten. 
Alleen poort 1 en 2 worden ondersteund. 

Initial program mode 1=SSTV B&W  2=SSTV Wraase  3=New SSTV
                     4=B&W FAX  5=Colour FAX  (...) :

Hier kunt u opgeven in welke programma mode u wilt dat MSCAN voortaan opstart. 

RX display sequence 1=1  2=2  3=1&2  (...) :
TX display sequence 1=1  2=2  3=1&2  (...) :

Deze vragen geven de mogelijkheid om naar eigen inzicht de ontvangst- en 
zendschermen en in de SSTV mode te bepalen bij opstarten. 

Default path to picture directory : ...

Hier kunt u invoeren in welke directory u de SSTV en FAX plaatjes wilt 
bewaren. Dit kan b.v. zijn de huidige directory (.\) of een directory met de 
naam 'pictures'. 

Crystal calibration factor  (...) :

Zoals in de inleiding reeds werd vermeld, is het synchroon lopen bij een 
aantal modes zeer belangrijk. Om deze reden moet u uw pc calibreren. Meer 
hierover in de paragraaf 'Bepalen calibratie-facor'. Heeft u bij een 
voorgaande versie van dit programma de calibratiefactor reeds bepaald dan kunt 
u deze hier ingeven. U kunt het calibratieproces dan overslaan. 

Call to be transmitted  (...) :                                         [share]

Bij de shareware versie kunt u hier ingeven wat uw callsign is. 

Na de configuratie start het programma automatisch op. Normaliter zult u de 
configuratie van het programma niet willen wijzigen, het programma is dan op 
te starten met 'MSCAN' <Enter>. 


1.3 Opbouw beeldscherm

In de SSTV modes ziet u in het midden van het beeld twee schermen, genummerd 1 
(links) en 2 (rechts). Deze schermen worden gebruikt voor het weergeven van de 
ontvangen of te verzenden beelden. In de FAX modes is er slechts een groot 
scherm. 

Bij de SSTV modes vinden we onder de twee schermen de 14 schermpjes voor de 
geheugens. Hier wordt de inhoud van de geheugens (memories) weergegeven. 

Helemaal onderin het beeld vinden we bij alle modes de console. Deze console 
is opgebouwd uit een drietal onderdelen. Links het spectrum, hierin wordt het 
frequentiespectrum getoond van het ontvangst- of zendsignaal. Op de onderste 
lijn in het spectrum vind u de markers, deze geven de belangrijke frequenties 
aan. Als extra afstemhulp bij de SSTV modes vind u in het spectrum de 
syncindicator. Dit is de stip in het kleine venster boven de meeste linkse 
(1200 Hz) marker. Deze stip licht op wanneer een juiste syncpuls is 
gedetecteerd (d.w.z. juiste frequentie en juiste moment). 

Rechts van het spectrum vind u de indicatoren (bovenin) en het menu (onderin). 
De indicatoren geven de status van het programma aan. Indicatoren met een 
afgeronde hoek kunt u met uw muis een of meerdere keren achterelkaar 
aanklikken. Er verschijnen dan nieuwe instellingen. De menutoetsen kunt u ook 
aanklikken, ofwel er verschijnen dan nieuwe menutoetsen, of het door u 
aangeklikte commando zal worden uitgevoerd. 


1.4 Bepalen calibratiefactor

Nauwkeurige timing is vooral bij FAX en bij de nieuwe SSTV modes van zeer 
groot belang. Een af-wijking in de kristalfrequentie van de pc zal resulteren 
in een slechte synchronisatie (scheef lopen) bij de ontvangst van stations. 
Constateert u dat het beeld scheef loopt bij de ontvangst van een 
'commercieel' FAX station (lees:  station met nauwkeurige timing) dan zal het 
kristal in uw pc een, overigens kleine, afwijking hebben. Deze afwijking is te 
compenseren in het configuratiemenu. Om dit te doen gaat u als volgt te werk. 

1.   Schakel het programma in de FAX mode.
2.   Ontvang het station. Selecteer het 'param' menu. Maak gebruik van de 
     lijntijd toetsen ('+' en '-') om het beeld recht te laten lopen.
3.   Selecteer 'calib' en daarna 'yes'.
4.   Herhaal de stappen 2 en 3 enkele keren totdat het beeld geheel recht 
     loopt. 

Houdt u er rekening mee dat ook de betrouwbare FAX stations wel eens scheef 
lopende platen uitzenden. Dit wordt dan niet veroorzaakt door een slechte 
timing, maar doordat simpel het origineel scheef in de machine wordt 
geplaatst. Als goed alternatief kunt u ook gebruik maken van een van de 
tijdzenders (kijk eens rond de 10 MHz). Stemt u af op een zender die iedere 
seconde een piep uitzend dan kunt u deze tonen als witte strepen in beeld 
zien. Bij een goede afregeling zullen deze strepen recht onder elkaar komen te 
staan. 


2 DE BEDIENING

Vrijwel alle commando's worden gegeven door met uw muis op een indicator of 
menutoets te klikken. Klikt u op een indicator dan verschijnt direct de nieuwe 
instelling. Door binnen een seconde nogmaals te klikken verschijnen eventuele 
overige instellingen. De geselecteerde instelling wordt pas geactiveerd 
wanneer de indicator langer dan een seconde niet wordt aangeklikt, of wanneer 
inmiddels een andere indicator is aangeklikt. Klikt u een menutoets aan dan 
zal ofwel een nieuw (sub)menu verschijnen, of het desbetreffende commando zal 
worden uitgevoerd. Wilt u een commando of menu afbreken dat kunt u of de <Esc> 
toets of de rechter of middelste muistoets drukken. Voor een goed begrip van 
de werking van sommige functies zullen eerst de begrippen 'scrollen' en 
'endmarker' worden behandeld. 


2.1 Scrollen

In de FAX mode is het werkelijke scherm iets groter dan wat op de monitor 
zichtbaar is. Hierdoor kunnen lange FAX-platen die normaal niet in beeld 
zouden passen toch worden ontvangen en weergegeven. Ook is het mogelijk platen 
uit te zenden die groter zijn dan het beeldscherm. D.m.v. scrollen (verticaal 
bewegen) wordt de rest van het beeld zichtbaar gemaakt. Dit scrollen gebeurt 
grotendeels automatisch, de software probeert hiertoe te voorspellen wat de 
gebruiker wilt zien. Zo zal bij de ontvangst of het verzenden van FAX platen 
altijd zichtbaar zijn waar de plaat op dat moment is. Hetzelfde geldt bij het 
inladen of wegschrijven van een plaat. Er is echter een uitzondering: wanneer 
de cursor in beeld is zal er geen scrollen plaatsvinden (tenzij de cursor zelf 
wordt bewogen) zodat altijd het gedeelte waar de cursor staat zichtbaar is. 
Men zal daar immers bezig zijn iets in te typen. Ook kan men op deze manier 
even 'over de plaat wandelen' en bepaalde gedeeltes bekijken. In het algemeen 
geldt dus dat wanneer de cursor aan staat (de cursor schakelt automatisch uit 
wanneer gedurende vijf seconden geen toets wordt ingedrukt) het beeld stil zal 
staan op de plaats van de cursor. Wanneer de cursor uit staat zal het beeld 
altijd meelopen met het proces dat op dat moment plaatsvindt. 


2.2 De endmarker

Omdat het formaat van een FAX afbeelding groter of kleiner kan zijn dan het 
gedeelte dat zichtbaar is op de monitor zal men moeten aangeven hoe groot men 
het beeld wil hebben. Zou altijd de maximale grootte worden gebruikt dan zou 
bij uitzenden meer kunnen worden uitgezonden dan strikt nodig is, en zal bij 
het wegschrijven van een plaatje meer ruimte op disk worden ingenomen dan 
nodig is voor het eigenlijk plaatje. Om dit probleem op te lossen is de 
endmarker ontworpen. Met de endmarker geeft men aan waar zich de ondergrens 
van het huidige beeld bevindt. Zo zal een uitzending stoppen wanneer de 
endmarker is bereikt (de endmarker mag tijdens het zenden nog worden 
verplaatst), en wordt bij opslaan op disk slechts het gedeelte tot aan de 
endmarker weggeschreven. De endmarker werkt grotendeels automatisch. Zo zal 
een uitzending meestal vooraf worden gegaan door het inladen van een plaatje. 
De endmarker wordt daarom na inladen automatisch onderaan dit plaatje 
geplaatst. Wordt eventueel onder de plaat (en dus de endmarker) nog iets 
ingetikt of ingeladen (box) dan wordt de endmaker hier weer onder geplaatst. 
Wanneer een FAX-plaat wordt ontvangen en men stopt daarna de ontvangst (in de 
auto mode gebeurt dit vanzelf) dan zal de endmarker worden geplaatst op de 
laatste lijn van ontvangst. Wanneer dan de opdracht tot wegschrijven wordt 
gegeven zal dus automatisch het juiste gedeelte worden opgeslagen. Mocht de 
endmarker niet op de juiste plek staan dan kan men altijd ingrijpen door deze 
met de hand te (ver)plaatsen. Dit is mogelijk door de indicator '--' aan te 
klikken. De endmarker is zichtbaar als een zwart/wit geblokte lijn. 


2.3 Gebruik van de indicatoren

De indicatoren vind u bovenin de console, rechts van het spectrum. Er bestaan 
2 soorten indicatoren. De indicatoren met rechte hoeken zijn alleen bedoeld om 
af te lezen, die met ronde hoeken kunt u met uw muis aanklikken. Beide zullen 
hier voor iedere programmamode van links naar rechts in het scherm worden 
beschreven. Wanneer een indicator meerdere instellingen aan kan nemen (door 
meerdere keren te klikken) wordt dit in onderstaand overzicht aangegeven door 
meerdere indicatoren naast elkaar. De eerste instelling wordt daarbij gekozen 
door eenmaal te klikken, de tweede door tweemaal te klikken, etc. 


2.3.1 Indicatoren in de zwart/wit SSTV mode

Ŀ Ŀ Ŀ Ŀ Ŀ
B&W SSTV Wraase New SSTV B&W FAX ColorFAX
    

Door hierop te klikken selecteert u de diverse programmamodes van MSCAN. 

Ŀ Ŀ Ŀ Ŀ
 7.2    8    16    32  
   

Selecteren van de gewenste SSTV mode, de modes geven de tijd in seconden aan 
die het duurt om een plaatje over te zenden. 

Ŀ Ŀ
top cls
 

Selecteren van 'top' start de ontvangst bovenin het scherm. Gelijktijdig de 
toetsen <Ctrl> en <Home> indrukken heeft hetzelfde effect. Het commando 'cls' 
doet dit ook maar wist tevens het scherm. 

Ŀ Ŀ Ŀ Ŀ
1X X2 12 XX
   

Selecteer het scherm (1 of 2) waarin de ontvangen beelden worden weergegeven. 
Zijn beide schermen geselecteerd (1 en 2) dan worden de beelden beurtelings in 
scherm 1 en 2 weergegeven. Bij de instelling 'XX' wordt de weergave gestopt. 

Ŀ Ŀ Ŀ
X2 12 1X
  

Selecteer het scherm (1 of 2) waarin het beeld staat dat verzonden moet 
worden. Zijn beide schermen geselecteerd (1 en 2) dan wordt de beelden 
beurtelings vanuit scherm 1 en 2 uitgezonden. 

Ŀ Ŀ Ŀ
RX TX TX
  

Schakel van ontvangst naar uitzenden. Er zijn twee zendinstellingen, bij de 
eerste instelling stopt het programma de uitzending automatisch na het eerste 
plaatje. Bij de tweede instelling blijft het programma continu beelden 
uitzenden. 

Ŀ Ŀ Ŀ Ŀ Ŀ Ŀ Ŀ Ŀ
t s m l t s m l
       

U kunt hier de grootte van de door de teksteditor gebruikte karakters 
instellen. Bij laatste vier instellingen, waarbij de letter op een zwarte 
achtergrond wordt getoond, wordt de achtergrond waarop u de karakters plaatst 
gewist. 

Ŀ Ŀ Ŀ Ŀ Ŀ
c c c c c
    

De kleur van het door de teksteditor gebruikte karakters kunt u hier 
selecteren. De kleuren zijn achtereenvolgens wit, zwart, rood, groen en blauw. 
Bij uitzendingen in zwart/wit modes zullen de kleuren als grijstinten worden 
uitgezonden. 

Ŀ
 


U gebruikt dit commando wanneer u in een directory (in het menu) verder wilt 
bladeren. 

Ŀ



U gebruikt dit commando wanneer u in een directory (in het menu) terug wilt 
bladeren. 

Ŀ Ŀ
esc  quit
 

Het 'esc' commando heeft dezelfde functie als uw <Esc> toets. Met 'quit' 
verlaat u MSCAN. 


2.3.2 Indicatoren in de Wraase kleuren SSTV mode

Ŀ Ŀ Ŀ Ŀ Ŀ
Wraase New SSTV B&W FAX ColorFAX B&W SSTV
    

Door hierop te klikken selecteert u de diverse programmamodes van MSCAN. 

Ŀ Ŀ Ŀ
 24   48   96 
  

Selecteren van de gewenste SSTV mode, de modes geven de tijd in seconden aan 
die het duurt om een plaatje over te zenden. 

Ŀ Ŀ Ŀ
rgb top cls
  

Met 'rgb' kunt u de volgorde waarin de beeldlijnen worden ontvangen wijzigen, 
waardoor de 3 kleurcomponenten verschuiven (rood-groen-blauw wordt blauw-rood-
groen). U gebruikt dit commando wanneer u een plaatje in de verkeerde kleur 
ontvangt. Selecteren van 'top' start de ontvangst bovenin het scherm. Het 
commando 'cls' doet dit ook maar wist tevens het scherm. 

Raadpleeg voor de beschrijving van de overige indicatoren de zwart/wit SSTV 
mode. 


2.3.3 Indicatoren in de New SSTV kleuren SSTV mode

Ŀ Ŀ Ŀ Ŀ Ŀ
New SSTV B&W FAX ColorFAX B&W SSTV Wraase
    

Door hierop te klikken selecteert u de diverse programmamodes van MSCAN. 

Ŀ Ŀ Ŀ Ŀ
 M1   M2   S1   S2 
   

Selecteren van de gewenste SSTV mode: martin 1 (M1), martin 2 (M2), scotty 1 
(S1) en scotty 2 (S2). 

Ŀ Ŀ
syn lin
 

In de stand 'syn' worden de SSTV beelden volgens het synchrone principe 
ontvangen, d.w.z. dat na ontvangst van de starttoon de ontvanger automatisch 
met de zender meeloopt. In de stand 'lin' maakt de ontvanger gebruik van de 
uitgezonden lijnsyn-chronisatiepulsen waardoor iedere lijn opnieuw wordt 
gestart door de zender. Deze instelling is gevoeliger voor storingen en dient 
u alleen te gebruiken wanneer u de starttoon heeft gemist, of wanneer 
ontvangst volgens het synchroon principe niet mogelijk is (b.v. wanneer u de 
uitzending vanaf een taperecorder bekijkt). 

Raadpleeg voor de beschrijving van de overige indicatoren de zwart/wit SSTV 
mode. 



2.3.4 Indicatoren in de zwart/wit FAX mode

Ŀ Ŀ Ŀ Ŀ Ŀ
B&W FAX ColorFAX B&W SSTV Wraase New SSTV
    

Door hierop te klikken selecteert u de diverse programmamodes van MSCAN. 

Ŀ Ŀ Ŀ Ŀ Ŀ
 120   180   240   60    90  
    

Selecteren van de gewenste FAX mode, de modes geven het aantal lijnen per 
minuut aan dat wordt overgezonden. 

Ŀ Ŀ Ŀ
288 576 864
  

Selecteren van de gewenste IOC. De IOC is een maat voor de hoogte-breedte 
verhouding van het uitgezonden beeld. 

Ŀ Ŀ
800 300
 

De zgn. shift van het FAX-signaal. Bij 800 Hz shift verandert de toon van het 
FAX-signaal 800 Hz wanneer het videosignaal van geheel zwart naar geheel wit 
verandert. Bij zenden wordt altijd een shift van 800 Hz gebruikt. 

Ŀ Ŀ
1  X 
 

Selecteer het scherm. Aangezien in de FAX mode maar een scherm aanwezig is 
schakelt u in feite de ontvangst aan ('1') en uit ('X'). 

Ŀ
--


Wanneer u deze indicator aanklikt wordt de muis in het scherm geplaatst. U 
kunt nu aangeven waar u de endmarker wilt plaatsen door op de linker muistoets 
te drukken. 

Raadpleeg voor de beschrijving van de overige indicatoren de zwart/wit SSTV 
mode. 


2.3.5 Indicatoren in de kleuren FAX mode

Ŀ Ŀ Ŀ Ŀ Ŀ
ColorFAX B&W SSTV Wraase New SSTV B&W FAX
    

Door hierop te klikken selecteert u de diverse programmamodes van MSCAN. 

Ŀ Ŀ Ŀ Ŀ
 240   360   120   180 
   

Selecteren van de gewenste FAX mode, de modes geven het aantal lijnen per 
minuut aan dat wordt overgezonden (LPM). Omdat er voor iedere beeldlijn 3 
lijnen worden uitgezonden, n.l. voor iedere kleurcomponent een, duurt de 
uitzending drie maal zo lang als bij een overeenkomstige zwart/wit FAX mode. 

Ŀ Ŀ
288 204
 

Selecteren van de gewenste IOC. De IOC is een maat voor de hoogte-breedte 
verhouding van het uitgezonden beeld. Bij selecteren van 360 LPM wordt 
automatisch een IOC van 204 ingesteld daar deze hierbij gebruikelijk is. 

Ŀ Ŀ Ŀ
rgb top cls
  

Met 'rgb' kunt u de volgorde waarin de beeldlijnen worden ontvangen wijzigen, 
waardoor de 3 kleurcomponenten verschuiven (rood-groen-blauw wordt blauw-rood-
groen). U gebruikt dit commando wanneer u een plaatje in de verkeerde kleur 
ontvangt. Selecteren van 'top' start de ontvangst bovenin het scherm. Het 
commando 'cls' doet dit ook maar wist tevens het scherm. 

Raadpleeg voor de beschrijving van de overige indicatoren de zwart/wit FAX 
mode. 


2.4 Gebruik van het menu

Het menu wordt gevormd door de toetsen die u onder de indicatoren vindt, 
rechts van het spectrum. Door een toets aan te klikken met de muis (linker 
muistoets) kiest u een nieuw (sub)menu of activeert u het commando wat bij de 
toets hoort. U kunt een commando afbreken, of uit een submenu gaan, door op 
<Esc> te drukken, dan wel de middelste of rechter muistoets. 


2.4.1 Het menu in de zwart/wit SSTV mode

Achtereenvolgens zullen alle menutoetsen van links naar rechts worden 
besproken. 


2.4.1.1 Het picture menu

ĿĿĿĿĿ
picturedigitizeparamtoolkitshowmems


In het 'picture' menu vind u alle functies die betrekking hebben op beelden. 
MSCAN slaat beelden op in het JPEG formaat. JPEG zorgt voor een zeer hoge 
compressiefactor van beter dan 10:1. Wel treedt hierbij enig verlies op. 
Wanneer u een plaatje herhaaldelijk inleest en weer opslaat, dan zal dit 
verlies zichtbaar worden. Beter kunt u dan gebruik maken van de in MSCAN 
aanwezige geheugens. Beelden worden hierin zonder compressie en dus zonder 
verlies opgeslagen. Naast het JPEG formaat kan MSCAN ook beelden die zijn 
gecomprimeerd in het GIF formaat inlezen. Het GIF formaat ondersteunt echter 
maximaal 256 kleuren. Na aanklikken van de 'picture' menutoets verschijnt het 
onderstaande submenu. 


2.4.1.1.1 Beeld inladen van disk

ĿĿĿĿĿĿĿ
diskLoaddiskSaveAutoloadmemReadmemWriteImagePath


Om een plaatje in te laden klikt u op 'diskLoad', dit geeft het volgende 
submenu. 

ĿĿĿĿĿ
screen 1screen 2boxmultidelete


U kunt nu opgeven in welk scherm (1 of 2) u het plaatje wilt plaatsen. Geeft u 
box op dan kunt u een vierkant aangeven (een box) waarin het plaatje moet 
worden geplaatst. Dit mag in een van beide schermen zijn. Om de box te bepalen 
moet u 2 maal klikken, 1 keer voor de linkerbovenhoek en 1 keer voor de 
rechteronderhoek. Het 'multi' commando laat meerdere plaatjes in, beurtelings 
op scherm 1 en 2. Staat het programma in de zendmode dan zal het tempo van 
inladen gelijk gaan met dat van uitzenden, m.a.w.  ieder plaatje zal een keer 
worden uitgezonden. Let erop dat dit alleen werkt wanneer u beide schermen 
voor uitzenden heeft geselecteerd. Na het ingeven van bovenstaande commando's 
wordt u gevraagd om een filenaam. Bij het 'multi' commando is dit de file die 
als eerste zal worden ingeladen (de daarop volgende plaatjes worden vervolgens 
in alfabetische volgorde ingeladen). I.p.v. een filenaam kunt u ook <Enter> 
ingeven, of op de linker muistoets drukken, en vervolgens een file uit de 
directory kiezen. Bladeren doet u met de indicatoren 'pijl omhoog' en 'pijl 
omlaag'. Wilt u een file wissen dan klikt u op 'delete'. Heeft u tevoren al 
een plaatje ingeladen dan zal de filenaam hiervan reeds voor u zijn ingevuld, 
u kunt deze naar keuze gebruiken of wissen. Na ingeven van de filenaam en 
<Enter> wordt u voor de zekerheid om een bevestiging gevraagd. 


2.4.1.1.2 Beeld opslaan op disk

ĿĿĿĿĿĿĿ
diskLoaddiskSaveAutoloadmemReadmemWriteImagePath


Om een plaatje op te slaan klikt u op 'diskSave', dit geeft onderstaand 
submenu. 

ĿĿĿ
screen 1screen 2box


U kunt nu opgeven welk scherm (1 of 2) u wilt opslaan. Geeft u box op dan kunt 
u een vierkant aangeven (een box) dat moet worden opgeslagen. Dit mag in een 
van beide schermen zijn. Om de box te bepalen moet u 2 maal klikken, 1 keer 
voor de linkerbovenhoek en 1 keer voor de rechteronderhoek. Na het ingeven van 
bovenstaande commando's wordt u gevraagd onder welke filenaam u het plaatje 
wilt opslaan. Bestaat deze file reeds dan wordt u gevraagd of de file 
overschreven mag worden, is dit goed kies dan voor 'overwr' (overwrite). 


2.4.1.1.3 Beeld inladen van de auto directory

ĿĿĿĿĿĿĿ
diskLoaddiskSaveAutoloadmemReadmemWriteImagePath


Om een plaatje in te laden vanuit de AUTO directory, dit is de directory waar 
de automatisch ontvangen beelden zijn opgeslagen, klikt u op 'Autoload'. De 
werking is hierna gelijk aan die bij het 'diskLoad' submenu. 


2.4.1.1.4 Beeld inladen vanuit geheugen

ĿĿĿĿĿĿĿ
diskLoaddiskSaveAutoloadmemReadmemWriteImagePath


Om een plaatje in te laden vanuit een geheugen klikt u op 'memRead'. U krijgt 
dan het onderstaande submenu. 

ĿĿĿ
screen 1screen 2box


Gelijk aan bij het inladen van disk kunt u ook hier kiezen waar u het plaatje 
wilt plaatsen. Na het aanklikken van uw keuze wordt u echter niet gevraagd om 
een filenaam, maar wordt direct een directory getoond met daarin de 14 
geheugens. U kunt nu het gewenste geheugen selecteren. 


2.4.1.1.5 Beeld opslaan naar geheugen

ĿĿĿĿĿĿĿ
diskLoaddiskSaveAutoloadmemReadmemWriteImagePath


Om een plaatje naar het geheugen weg te schrijven klikt u op 'memWrite'. U 
krijgt dan het onderstaande submenu. 

ĿĿĿ
screen 1screen 2box


Gelijk aan bij het opslaan op disk kunt u ook hier kiezen welk (gedeelte van 
het) scherm u wilt wegschrijven. Na het aanklikken van uw keuze wordt u echter 
niet gevraagd om een filenaam, maar wordt direct een directory getoond met 
daarin de 14 geheugens. U kunt nu het gewenste geheugen selecteren. 


2.4.1.1.6 Testbeeld inlezen

ĿĿĿĿĿĿĿ
diskLoaddiskSaveAutoloadmemReadmemWriteImagePath


In het programma zijn een aantal standaard testbeelden aanwezig. Deze kunt u 
in het submenu 'image' vinden. De testbeelden zijn geschikt om programmatuur 
en modem aan zend- en ontvangstzijde te testen. Nadat u op 'Image' heeft 
geklikt selec-teert u het gewenste testbeeld. Het beeld 'spectrum' maakt een 
kopie van het spectrum naar het scherm. U kunt hiermee uw tegenstation zijn 
uitgezonden spectrum laten zien. Na selectie van het testbeeld geeft u op naar 
welk (deel van het) scherm u dit wilt inlezen. 



2.4.1.1.7 Path wijzigen

ĿĿĿĿĿĿĿ
diskLoaddiskSaveAutoloadmemReadmemWriteImagePath


Met het 'path' commando kan het path naar de picture directory (gebruikt bij 
'load' en 'save'), worden gewijzigd. Standaard is dit gelijk aan het path dat 
u in het configuratiemenu heeft ingevoerd. Het nieuwe path is tijdelijk en 
wordt niet bewaard in de configuratiefile. 


2.4.1.2 Het digitize menu

ĿĿĿĿĿĿ
picturespectrumdigitizeparamtoolkitshowmems


Met de Iris videodigitizer kunt u videobeelden digitaliseren in een zeer hoge 
kwaliteit en in truecolor. Dit gaat zeer eenvoudig, daar deze digitizer 
rechtstreeks vanuit MSCAN ondersteund wordt. U kunt zelfs videobeelden 
digitaliseren tijdens zenden of ontvangst. Door op 'digitize' te klikken 
verkrijgt u onderstaand submenu. 

ĿĿĿĿĿ
screen 1screen 2boxmultiinput


Om het videobeeld in te lezen behoeft u alleen nog maar aan te geven in welk 
(deel van het) scherm u het wilt plaatsen. Klikt u op 'input' dan verschijnt 
onderstaand submenu. 

ĿĿ
composit S-VHS 


U kunt hier kiezen uit de twee gescheiden videoingangen van de Iris 
videodigitizer (een composite ingang en een S-VHS/Hi-8 ingang). 


2.4.1.3 Het param menu

ĿĿĿĿĿ
picturedigitizeparamtoolkitshowmems


Daar dit menu in de zwart/wit SSTV mode slechts een optie kent verschijnt na 
aanklikken van 'param' geen submenu maar zal het betreffende commando direct 
worden uitgevoerd. U schakelt hier tussen de manual en de autosync mode. In de 
autosync mode kijkt het programma 'intelligent' naar de synchro-nisatie van 
het SSTV signaal. Bij het ontbreken van een synchronisatiepuls probeert het 
programma te voorspellen waar deze had moeten plaatsvinden. Onder zeer slechte 
omstandigheden kan dit tot ver-betering van de ontvangst leiden, met name in 
de Wraase mode waar het missen van een lijnsynchroni-satiepuls verandering van 
de kleuren tot gevolg heeft. Deze mode werkt echter alleen wanneer het SSTV 
signaal een correcte timing heeft. 


2.4.1.4 Het toolkit menu

ĿĿĿĿĿ
picturedigitizeparamtoolkitshowmems


In dit menu vind u diverse hulpmiddelen bij het bewerken van beelden. 
Aanklikken van 'toolkit' geeft onderstaand submenu. 

ĿĿĿĿĿ
mirroraspectmovedrawdebug


De mirror functie gebruikt u om een beeld te spiegelen (links en rechts 
verwisselen). Na aanklikken van dit commando geeft u op welk scherm u wilt 
spiegelen. 

Met aspect kunt u de aspect-ratio van een beeld wijzigen, dit is de hoogte-
breedte verhouding. Na aanklikken van 'aspect' geeft u aan in welk scherm u 
dit wilt uitvoeren, waarna u het volgende submenu wordt getoond. 

ĿĿ
 1:2  2:1 


Kiest u voor '1:2' dan zal het beeld met een factor 2 in de hoogte worden 
uitgerekt, kiest u voor '2:1' dan zal het in dezelfde mate worden ingekrompen. 

Het move commando stelt u in staat een beeld te verschuiven. Dit kan nodig 
zijn wanneer een ontvangen beeld door synchronisatieproblemen niet 
linksbovenin het scherm is begonnen. Na aanklikken van 'move' kiest u in welk 
scherm u deze opdracht wilt uitvoeren, waarna u met de muis de linkerbovenhoek 
van het gewenste plaatje markeert. Het gehele beeld wordt dan zodanig 
verschoven dat dit punt linksboven in het scherm komt. 

De draw functie stelt u in staat m.b.v. uw muis in een van beide schermen te 
tekenen. Door op uw linker muistoets te drukken zal op de muispositie een 
witte stip worden gezet. Wanneer u gelijktijdig uw muis beweegt zal een lijn 
worden getrokken. 

Het debug commando is beveiligd met een paswoord en kunt u negeren. 


2.4.1.5 Het showmems menu

ĿĿĿĿĿ
picturedigitizeparamtoolkitshowmems


Daar dit menu slechts een optie kent verschijnt na aanklikken van 'showmems' 
geen submenu maar zal het betreffende commando direct worden uitgevoerd. U 
kopieert hier met een commando alle 14 geheugens naar de kleine schermpjes 
boven de console. U kunt nu duidelijk zien wat de inhoud van elk geheugen is. 


2.4.2 Het menu in de Wraase kleuren SSTV mode

Alle menutoetsen in deze mode hebben dezelfde functie als de menutoetsen in de 
zwart/wit SSTV mode, met een enkele uitzondering. 


2.4.2.1 Het toolkit menu

ĿĿĿĿĿ
picturedigitizeparamtoolkitshowmems


Naast alle mogelijkheden die dit submenu u biedt in de zwart/wit SSTV mode, 
vind u hier als extra het color commando. Klikt u op 'color' en kiest u op 
welk (deel van het) scherm u deze bewerking wilt uitvoeren, dan verschijnt het 
volgende submenu. 

ĿĿ
rgb->gbrrgb->brg


U kunt nu de kleurvolgorde van een beeld wijzigen. Kiest u voor rgb->gbr dan 
zullen alle gradaties rood vervangen worden door gradaties groen, alle 
gradaties groen vervangen worden door gradaties blauw, en alle gradaties blauw 
vervangen worden door gradaties rood. Het commando rgb->brg werkt op 
soortgelijke manier. Deze bewerkingen komen zeer van pas wanneer u een beeld 
in de verkeerde kleurvolgorde heeft ontvangen. U kunt dan achteraf alsnog de 
kleuren 'goed zetten'. 


2.4.3 Het menu in de New SSTV kleuren SSTV mode

Alle menutoetsen in deze mode hebben dezelfde functie als de menutoetsen in de 
Wraase kleuren SSTV mode, behalve het param menu. 


2.4.3.1 Het param menu

ĿĿĿĿĿ
picturedigitizeparamtoolkitshowmems


Door op 'param' te klikken verschijnt onderstaand submenu. 

ĿĿĿĿĿĿ
+ lpm- lpmleftrightRGBauto


Met de '+ lpm' en '- lpm' toetsen maakt u de lijntijd van de ontvanger langer 
of korter. U kunt hier gebruik van maken wanneer uw scheve beelden ontvangt 
van uw tegenstation omdat zijn lijntijd niet goed is afgeregeld. 

Met de 'left' en 'right' toetsen verschuift u het begin van de beeldlijn naar 
links of rechts. U zult hier gebruik van maken wanneer in de synchrone mode de 
starttoon is gemist, de kans is dan groot dat het beeld niet goed is 
gesynchroniseerd. Omdat ook de kleur dan vaak niet goed zal zijn kunt u de 
kleurvolgorde wijzigen met de 'RGB' toets. Om te begrijpen wat u te zien 
krijgt wanneer een beeld in de New SSTV mode niet is gesynchroniseerd, dient u 
te weten dat een beeldlijn in deze mode wordt opgebouwd door deze drie maal te 
schrijven: voor iedere kleurcomponent eenmaal. Tussen deze kleurcomponenten 
zit een kleine pauze. Ontvangt u het beeld niet goed dan zal het beeld 
opgebouwd zijn uit verkeerde kleuren, met daarnaast 'schaduwen' in weer een 
andere kleur. Door achtereenvolgens met de commando's left en right eerst de 
'schaduw' weg te werken en daarna met 'RGB' de kleur juist te krijgen, 
synchroniseert u de ontvanger in feite met de hand. Bij een voldoende 
storingsvrij signaal kunt u ook m.b.v. de syn/lin indicator de synchronisatie 
even op lijnsync zetten, en daarna weer terug op synchroon. U laat het 
programma op deze manier zelf synchoniseren. 

Door op 'auto' te klikken activeert u de automaat. Wanneer deze is geactiveerd 
schakelt het programma de normale bediening uit, in de console verschijnt dan 
de mededeling 'auto mode engaged'. MSCAN zal nu zelf beelden in beide schermen 
ontvangen en opslaan. Dit opslaan gebeurt als volgt. Iedere keer wanneer een 
starttoon wordt ontvangen (en dus naar een ander scherm wordt geschakeld) 
wordt het vorige scherm in de auto directory opgeslagen. De naamgeving van de 
plaatjes is als volgt: de eerste 2 cijfers zijn de maand, de tweede 2 cijfers 
de dag van de maand, de derde 2 cijfers het uur, en de laatste 2 cijfers het 
aantal minuten. Een plaatje dat op 26 maart om half zeven 's avonds is 
ontvangen zal dus zijn opgeslagen met als filenaam '03261830'. De auto mode is 
uit te schakelen met <Esc> (of middelste of rechter muistoets). 


2.4.4 Het menu in de zwart/wit FAX mode

Alle menutoetsen in deze mode hebben dezelfde functie als de menutoetsen in de 
zwart/wit SSTV mode, met de volgende uitzonderingen: 

-    de keuzemogelijkheid tussen scherm 1 en scherm  2 vervalt daar er slechts 
     een scherm aanwezig is,
-    het commando showmems ontbreekt daar er in de FAX modes geen ruimte is 
     voor de 14 schermpjes,
-    het param menu is anders.


2.4.4.1 Het param menu

ĿĿĿĿ
picturedigitizeparamtoolkit


Door op 'param' te klikken verschijnt onderstaand submenu. 

ĿĿĿĿĿĿĿ
+ lpm- lpmleftrightVideoCalibAuto


Met de '+ lpm' en '- lpm' toetsen maakt u de lijntijd van de ontvanger langer 
of korter. U kunt hier gebruik van maken wanneer uw scheve beelden ontvangt 
van uw tegenstation omdat zijn lijntijd niet goed is afgeregeld. Ook gebruikt 
u deze toetsen bij het bepalen van uw kristal calibratiefactor (zie afregelen 
hardware). 

Met de 'left' en 'right' toetsen verschuift u het begin van de beeldlijn naar 
links of rechts. U zult hier gebruik van maken wanneer u een FAX plaat met de 
hand (zonder gebruik te maken van de auto mode) heeft ontvangen. 

2.4.4.1.1 Het video menu

ĿĿĿĿĿĿĿ
+ lpm- lpmleftrightVideoCalibAuto


Klikt u op 'Video' dan verschijnt onderstaand submenu. 

ĿĿ
InvertMirror


Het invert commando inverteert de binnenkomende videosignalen, zwart/wit wordt 
dus wit/zwart. 

Het mirror commando spiegelt het binnenkomende beeldsignaal. In plaats van 
van-links-naar-rechts, worden de beeldlijnen nu van-rechts-naar-links 
geschreven. 

Beide commando's hebben alleen betrekking op de ontvangst en zult u slechts 
bij enkele FAX stations op de kortegolf banden nodig hebben. 



2.4.4.1.2 Het calib menu

ĿĿĿĿĿĿĿ
+ lpm- lpmleftrightVideoCalibAuto


Het calib commando gebruikt u bij het bepalen van de calibratiefactor, zie 
hiervoor 'afregelen hardware'. 


2.4.4.1.3 Het auto menu

ĿĿĿĿĿĿĿ
+ lpm- lpmleftrightVideoCalibAuto


Het auto commando heeft dezelfde functie als in de New SSTV mode. De automaat 
stelt in de FAX mode bovendien de volgende zaken in: 

-    de gebruikte IOC, 
-    de snelheid (het aantal LPM),
-    de gebruikte shift (800 of 300 Hz) en
-    of het een kleuren of zwart/wit uitzending is. Hierbij schakelt MSCAN 
     automatisch over op de kleuren FAX mode indien nodig.

Verder wordt het plaatje 'rechtgezet' en start de ontvangst zodra het 
daadwerkelijke plaatje verschijnt, de synchronisatiepulsen komen dus niet in 
beeld. Na ontvangen van de stoptoon, of indien het beeldgeheugen vol is, wordt 
het plaatje opgeslagen in de auto directory. De naamgeving van de plaatjes is 
als volgt: de eerste 2 cijfers zijn de maand, de tweede 2 cijfers de dag van 
de maand, de derde 2 cijfers het uur, en de laatste 2 cijfers het aantal 
minuten. Een plaatje dat op 26 maart om half zeven 's avonds is ontvangen zal 
dus zijn opgeslagen met als filenaam '03261830'. De auto mode is uit te 
schakelen met <Esc> (of middelste of rechter muistoets). 


2.4.5 Het menu in de kleuren FAX mode

Alle menutoetsen in deze mode hebben dezelfde functie als de menutoetsen in de 
zwart/wit FAX mode, alleen is het toolkit menu uitgebreid met het color 
commando. Zie voor een beschrijving hiervan de Wraase kleuren SSTV mode. 


2.5 Overzicht editor toetsen

Om tekst in een scherm te kunnen plaatsen is er voorzien in een eenvoudige 
editor. Deze editor kunt u zowel tijdens ontvangst als tijdens zenden 
gebruiken. Zodra een editor- of karaktertoets wordt ingedrukt zal in het 
scherm een cursor verschijnen. Deze geeft aan waar het eerstvolgende karakter 
zal worden geplaatst. De cursor verdwijnt automatisch wanneer gedurende 5 
seconden geen toets wordt ingedrukt. 

cursor toetsen

M.b.v. de cursortoetsen (pijlen) kunt u de cursor over het scherm verplaatsen. 
De stapgrootte wordt bepaald door de grootte van het geselecteerde karakter. 

Home

Verplaatst de cursor naar linksboven in het scherm.

End

Verplaatst de cursor naar rechtsonder in het scherm. 

ctrl-cursor toetsen

Drukt u gelijktijdig op <Ctrl> en de cursor-links of cursor-rechts toets dan 
zal de cursor zich resp. naar het begin of het einde van de regel bewegen. 

Del

Met deze toets wist u het scherm waarin de cursor zich bevindt. 

Tab

Met de tab-toets verplaatst u de cursor naar het andere scherm. In de FAX 
modes heeft deze toets geen functie. 

Backspace

Verplaatst de cursor een positie terug en wist het karakter op die positie 
uit. 


3 TECHNISCHE INFORMATIE

In dit hoofdstuk vind u informatie over een aantal technische aspecten, 
alsmede een beschrijving van mogelijke problemen met bijbehorende oplossingen. 


3.1 Start- en stoptonen

Conform internationale standaarden gebruikt MSCAN in de zwart/wit FAX modes de 
volgende start- en stoptonen. 

IOC       start     stop

288       675 Hz    450 Hz
576       300 Hz    450 Hz

Daar de huidige kleuren FAX modes in de amateurwereld zijn ontwikkeld zijn 
hierover geen internationale afspraken gemaakt, de volgende start- en 
stoptonen zijn echter gebruikelijk en worden door MSCAN ondersteund. 

IOC       start     stop

204       200 Hz    450 Hz
288       200 Hz    450 Hz

Starttonen zijn gekoppeld aan de gebruikte IOC en hebben niets te maken met 
het aantal LPM waarin uitgezonden wordt. De in MSCAN ingebouwde automaat voor 
de FAX modes bepaalt de IOC uit de starttoon en het aantal LPM uit de 
synchronisatiepulsen die aan iedere uitzending vooraf gaan. 


3.2 Problemen oplossen

MSCAN stelt zware eisen aan de gebruikte pc, de pc zal daarom geen capaciteit 
over hebben voor andere taken. Enkele voor de hand liggende problemen worden 
in dit hoofdstuk beschreven. 

Gebruik van disk-cache

Sommige cache programma's voor harddisk en/of floppydrives zetten tijdelijk de 
interrupts van het systeem uit. Dit is in het MSCAN programma niet toegestaan 
aangezien dit de timing verstoort. Gebruikt u zo'n cache programma dan is het 
mogelijk dat tijdens het laden van files de ontvangst of het zenden tijdelijk 
verstoord wordt. De remedie is eenvoudig: creer een batch file die alvorens 
het MSCAN programma aan te roepen de cache uitzet, en na afloop van het 
programma de cache weer aanzet. 

Gebruik van residente programma's

Residente programma's (permanent in het geheugen aanwezig) nemen een gedeelte 
van het vrije geheugen in beslag, het kan zijn dat MSCAN hierdoor niet genoeg 
ruimte heeft om te kunnen werken. Omdat de timing bij de nieuwe SSTV modes en 
bij FAX zeer kritisch is mag het programma nooit worden onderbroken door 
andere (residente) programma's. Wanneer deze onderbreking te lang duurt, en 
dat is al snel het geval, wordt de timing en dus het ontvangen of uitgezonden 
plaatje verminkt. Memory managers als EMM386 kunnen op sommige pc's ook de 
timing verstoren. 

Geen beeld na opstarten MSCAN

Verzeker u ervan dat u een super VGA kaart heeft met truecolor ondersteuning, 
dat u de juiste chipset heeft ingevuld, en wanneer u voor VESA heeft gekozen 
de bij uw kaart behorende VESA driver is geladen. 

Wel beeld maar niet leesbaar

Waarschijnlijk ondersteunt uw videokaart wel de truecolor mode, maar niet op 
de juiste manier. Dit komt voor bij kaarten met een oudere BIOS en/of VESA 
driver. Informeer bij uw leverancier voor de nieuwste (na 1-1-94) BIOS of VESA 
driver voor uw kaart. 

Programma hangt na opstarten

Het kan zijn dat uw muis niet compatibel is, er zijn b.v. problemen bekend met 
sommige Genius muizen. Probeer een andere muisdriver te gebruiken van b.v. 
Logitech of Microsoft om dit probleem op te lossen. 

Storing in ontvangst bij laden beeld

Wanneer u in de SSTV mode tijdens de ontvangst van een plaatje een beeld 
inlaadt op het andere scherm, dan is het mogelijk dat dit de ontvangst 
verstoort (strepen). Dit probleem is alleen te verhelpen met een snellere pc 
of door gebruik te maken van het Multiscan modem.


4 TECHNISCHE INFORMATIE

MSCAN ondersteunt verschillende modes. In deze bijlage vind u een korte 
beschrijving van deze modes. 


4.1 SSTV

SSTV, een afkorting voor Slow-Scan Television, is ontstaan in 1958. Copthorne 
Macdonald, een jonge technische student, realiseerde toen zijn droom om een 
breedband televisie signaal te reduceren tot een signaal met een dusdanig 
kleine bandbreedte, dat dit verzonden kon worden via een standaard 
spraakkanaal. Zijn experimenten, tezamen met die van andere zendamateurs, 
zorgden ervoor dat SSTV in 1968 door de FCC werd toegelaten op de Amerikaanse 
amateurbanden. 

Met SSTV was het mogelijk om lage-resolutie beelden over te zenden via een 
standaard spraakkanaal met 3 kHz bandbreedte. Elk beeld was opgebouwd uit 
ongeveer 120 lijnen en werd verzonden met een frequentie van 15 lijnen per 
seconde. Het verzenden van een compleet beeld duurde zodoende 8.5 seconde. Om 
dit beeld zichtbaar te maken werd een P7-fosfor radarbuis gebruikt. Door de 
lange nalichttijd van deze buis kon het gehele beeld zichtbaar worden gemaakt, 
zij het dat men dit in een donkere ruimte moest bekijken. 

Rond 1975 verscheen de eerste geheel digitale oplossing om SSTV beelden te 
bekijken. Het beeld werd daartoe opgedeeld in 128 lijnen van elk 128 punten en 
opgeslagen in een digitaal RAM-geheugen. Dit digitale systeem had een groot 
voordeel: het beeld kon onbeperkt lang op de monitor bekeken worden en het was 
niet nodig de ruimte hiervoor te verduisteren. 

Met de opkomst van de computer verschenen er ook steeds meer programma's 
waarmee het mogelijk is om SSTV beelden te ontvangen of te verzenden. Het 
voordeel van het gebruik van een computer is dat deze reeds voorzien is van 
een (groot) digitaal geheugen en daarnaast nog vele extra mogelijkheden biedt, 
zoals tekst- en beeldverwerking en de opslag van deze beelden op disk. 

Bij SSTV wordt het te verzenden beeld lijn voor lijn afgetast. De video-
informatie wordt daarbij vertaald in een frequentie van 1500 Hz (zwart) tot 
2300 Hz (wit). Iedere lijn wordt afgesloten met een synchronisatietoon 
(linesync) van 1200 Hz gedurende 5 ms. Om het begin van een nieuw beeld aan te 
geven wordt een synchronisatietoon van 1200 Hz gedurende 30 ms uitgezonden 
(page- of framesync). 

Wanneer kleurenbeelden worden overgezonden wordt het beeld eerst ontleed in 3 
primaire componenten, n.l. rood, groen en blauw. Er worden wereldwijd diverse 
manieren gebruikt om deze drie componenten over te zenden, doch de veruit 
meest populaire methode was tot voor kort de zgn. line-sequential methode, ook 
wel Single Frame Color (SFC) SSTV genoemd. Bij deze methode wordt van iedere 
lijn afzonderlijk zijn rode, groene en blauwe component achter elkaar 
overgezonden. De taak van de ontvanger is om deze drie lijnen weer te vertalen 
naar een kleuren beeldlijn. 

Bovenstaande plaatjes illustreren de storingsongevoeligheid van de nieuwe SSTV 
modes (hier M1). Ondanks de storing is de synchronisatie behouden en is het 
volledige beeld zichtbaar. 

De laatste jaren zijn de zgn. nieuwe SSTV modes erg populair geworden, met 
name op de kortegolf banden. De veruit het meest gebruikte zijn de Martin en 
Scotty modes. Deze modes combineren de voordelen van SSTV en FAX. Hierdoor 
wordt een aanzienlijk betere beeldkwaliteit onder slechte condities 
gegarandeerd. MSCAN 1.3 ondersteunt deze modes alleen indien uw pc is voorzien 
van een SVGA adapter. 

Bij deze modes worden de drie kleurcomponenten niet lijn-voor-lijn 
uitgezonden, maar achterelkaar in dezelfde lijn. Omdat per volledige lijn 
altijd maar een linesync wordt uitgezonden kan er dus nooit een fout optreden 
in de RGB volgorde, deze ligt nu immers vast. Zodra dus ook maar een gedeelte 
van een plaatje in deze modes wordt ontvangen, zullen de kleuren altijd 
correct zijn. 

Een verdere verbetering is dat naast ontvangst m.b.v. de lijn synchronisatie-
toon, gelijk aan zwart-wit SSTV, ook ontvangst mogelijk is in de synchrone 
mode, gelijk aan FAX. In de synchrone mode wordt niet meer naar de linesync 
gekeken, maar wordt de ontvangst automatisch doorgeschreven, gebaseerd op de 
nauwkeurige timing van een kristal (zowel aan zend- als ontvangstzijde). 

SSTV signalen zijn te ontvangen op de diverse amateurbanden, b.v. 3730 kHz 
(LSB), 14.230 MHz (USB) en 144.500 MHz (FM). 


4.2 FAX

FAX, een afkorting voor Facsimile, is qua werking in principe gelijk aan SSTV, 
alleen ontbreken de lijn- en frame-synchronisatiepulsen. Bij FAX wordt vaak 
gebruik gemaakt van het APT protocol (Automatic Picture Transmission). Hierbij 
wordt het begin van een beeld aangegeven met een starttoon, en het eind met 
een stoptoon. Door het ontbreken van lijn-synchronisatiepulsen moet er op een 
andere manier voor worden gezorgd dat zender en ontvanger gelijk lopen. Dit 
wordt gedaan door voorafgaand aan het beeld een synchronisatie signaal uit te 
zenden, dit is een rechte verticale (meestal witte) balk. Een ander opvallend 
verschil t.o.v. de SSTV mode zijn de veel langere lijn- en beeldtijden: het 
verzenden van een FAX plaat kan makkelijk 10 minuten in beslag nemen. 

De gebruikte videotonen zijn niet voor alle FAX-stations gelijk: sommige 
gebruiken de van SSTV bekende 400 Hz shift (zwart 1500 Hz en wit 2300 Hz), 
maar er zijn ook stations met een 300 Hz (zwart 1600 Hz, wit 2200 Hz) of zelfs 
een 150 Hz shift (zwart 1750 Hz en wit 2050 Hz). 

Twee technische termen die u van de FAX mode moet kennen zijn LPM (Lines Per 
Minute) en IOC (Index Of Cooperation). LPM staat voor het aantal lijnen dat 
per minuut wordt verzonden. Met IOC wordt de hoogte-breedte verhouding van het 
beeld aangeduid. 

Het uitzenden van kleurenplaten via FAX is niet gebruikelijk in de 
'commercile' wereld. Een zeer omslachtige manier die wel eens wordt toegepast 
is het uitzenden van drie zwart-wit platen. Deze 3 corresponderen met de 3 
kleuren geel, magenta en cyaan en moeten na ontvangst worden samengevoegd tot 
een kleurenplaat. 

De FAX kleurenmode die in dit programma wordt ondersteund werkt op een andere 
manier, en is rechtstreeks afgeleid van de SFC kleuren SSTV mode. Ook hier 
wordt iedere lijn telkens drie keer uitgezonden: een keer zijn rode, een keer 
zijn groene, en een keer zijn blauwe component. De plaat die bij ontvangst 
verschijnt is direct in kleur en het is niet meer nodig deze achteraf nog te 
bewerken. Deze mode wordt ook door het programma JV-FAX ondersteund. 

FAX signalen van commercile stations vind u verspreid over de gehele lange-, 
midden-, en kortegolf banden, b.v. op 134 kHz (USB), op 4778 kHz (USB) en op 
8145 kHz (USB). Amateur FAX stations vind u o.a. op 14.230 MHz (USB) en op 
144.700 MHz (FM). 


Veel plezier met Microscan!

Mike Versteeg
CombiTech

